Hoe analyseer je tokenomics?
Bij het onderzoeken van nieuwe projecten is een van de belangrijkste onderdelen de analyse van het nut, de verdeling en het uitgifteschema van de token, samen meestal tokenomics genoemd. Tokenomics begrijpen is cruciaal, omdat de koers van een token wordt beïnvloed door de aanbodverhoudingen: de totale en de circulerende hoeveelheid. Ook de verdelingsstrategie en de vesting, oftewel het tempo waarin tokens op de markt komen, bepalen mede hoe stabiel de koers is.

Hoeveel tokens zijn er?
Je begint met het bepalen van het aanbod, door te kijken naar de maximale en de circulerende hoeveelheid. De maximale hoeveelheid vertelt je hoeveel tokens er ooit zullen bestaan. De meeste projecten kiezen voor een vast maximum, omdat dat op termijn inflatie van de token tegengaat; andere kiezen juist voor een oneindig aanbod om de liquiditeit te verbeteren.
Die keuze hangt doorgaans samen met inflatie-overwegingen. Een vast aanbod maakt het lastiger om nieuwe gebruikers binnen te halen, simpelweg omdat er minder tokens rondgaan; bij een oneindig aanbod geldt het omgekeerde. Tegelijk kan een oneindig aanbod op de koers drukken, doordat bestaande houders in de loop van de tijd geleidelijk verwateren.
De circulerende hoeveelheid geeft aan hoeveel tokens liquide in de markt zijn en dus gekocht of verkocht kunnen worden. Met dat getal bereken je de marktkapitalisatie: circulerende hoeveelheid × tokenprijs. Voor de volledig verwaterde marktkapitalisatie gebruik je de maximale hoeveelheid × tokenprijs.
Een voorbeeld: token A heeft een circulerende hoeveelheid van 1.000.000 tokens van $1 en een totale hoeveelheid van 100.000.000 tokens.
Een groot verschil tussen die twee getallen, zoals in het voorbeeld hierboven, betekent dat 99% van de tokens nog in circulatie moet komen. Dat heeft gevolgen voor de koers en de stabiliteit ervan.
Stel dat de marktkapitalisatie $1.000.000 is met 1.000.000 tokens van $1, en er komen 200.000 tokens bij zonder dat de vraag verandert. Dan zou de prijs per token moeten dalen naar ongeveer $0,83.
$1.000.000 / 1.200.000 tokens = $0,83
Wie krijgt hoeveel tokens, en kunnen zij de koers beïnvloeden?
Door de transparantie van de cryptomarkt kun je in de vestingschema’s zien hoeveel tokens er in de toekomst worden uitgegeven, en inschatten wat het effect op de markt is naarmate ze onder de verschillende belanghebbenden worden verdeeld.
Zulke projecten leggen meestal een lange weg af voordat ze op de liquide, verhandelbare markt komen. Die weg wordt vaak gefinancierd met durfkapitaal, om het kernteam en hun technologische ambities te ondersteunen en een succesvolle publieke lancering mogelijk te maken.
Om het verleden en de toekomst te financieren verdeelt een project de token dus over verschillende belanghebbenden: het team, adviseurs en een of meer investeringsrondes, en daarnaast over de community voor incentives, grants, airdrops en de ontwikkeling van het ecosysteem. De afbeelding hieronder laat bijvoorbeeld de tokenverdeling van $NEAR zien.

Bron: https://www.coingecko.com/en/coins/near#tokenomics
Het belangrijkste is dat de verdeling goed doordacht is: vroege gebruikers worden beloond, terwijl er tegelijk een prikkel blijft om in het ecosysteem te bouwen en de token te gebruiken. Elke allocatie hoort een langetermijnvisie te hebben, en die lees je af aan het vestingschema.
Het vestingschema laat zien wanneer een bepaalde allocatie tokens in de circulerende hoeveelheid begint te brengen. Neem een team dat 10% van de totale hoeveelheid krijgt, met een cliff van één jaar en een lineaire vesting over 10 maanden. Dat jargon is gebruikelijk in de cryptowereld en betekent dat het team, bij een lancering op 1 januari 2025, vanaf één jaar na het token generation event (TGE) tokens ontvangt, met 1% van de totale hoeveelheid per maand, gedurende 10 maanden.
Een allocatie van 10% voor een team is gangbaar; het schommelt tussen de 10% en 20%. Een waarschuwingssignaal is wel wanneer de allocatie van het team binnen twee jaar volledig in circulatie is: dat wijst op een focus op waardecreatie op de korte termijn in plaats van groei op de lange termijn.
Daarnaast zorgt het vrijgeven van 1% van de totale hoeveelheid per maand, tien maanden lang, voor stevige inflatie en verkoopdruk. Het is cruciaal om te bepalen hoeveel verkoopdruk en inflatie de token te verwerken krijgt, en of dat over een korte of een lange periode gebeurt, want dat bepaalt mede hoe stabiel de koers is.
In de afbeelding hieronder zie je een agressief opgezet vestingschema van dYdX. Let op de grote piek: die veroorzaakt hoge inflatie en drukt de koers waarschijnlijk omlaag, aangenomen dat er verder niets verandert dat de vraag beïnvloedt.

Bron: https://token.unlocks.app/dydx
De tweede afbeelding laat juist een evenwichtiger schema zien, van Axelar. Nieuwe tokens komen geleidelijk op de markt, waardoor er geen plotselinge verkoopdruk ontstaat en het project de tijd krijgt om product-market fit te vinden en echte adoptie op te bouwen. Zo kunnen de netwerkeffecten van de groei van Axelar de token-inflatie op termijn voorbijstreven.

Bron: https://token.unlocks.app/axelar
Hoe belangrijk vestingschema’s en tokenverdelingen ook zijn, je moet daarnaast kijken naar het nut van een token: er moet een onderliggende reden zijn waarom hij bestaat.

